De balans in uw financiële administratie

Nieuws

04-06-2026
Heffingsbevoegdheid inspecteur niet uitgeput na drie foute aanslagen

Een man vecht als enig erfgenaam een aanslag schenkbelasting aan. Deze aanslag is opgelegd na een reeks eerdere aanslagen met onjuiste tenaamstellingen. De man beroept zich daarnaast op dwaling over de fiscale gevolgen van de schenking.

Tenaamstelling

In 2019 schenkt een moeder een appartement aan haar zoon. De WOZ-waarde bedraagt € 325.000. De moeder overlijdt in december 2019 en de zoon in augustus 2020. De partner van de zoon is de enige erfgenaam. De inspecteur legt een voorlopige aanslag schenkbelasting op, maar deze is onjuist tenaamgesteld. De man wijst de inspecteur hierop. Ondanks deze waarschuwing legt de inspecteur een definitieve aanslag op met een onjuiste tenaamstelling. Na bezwaar van de man wordt deze aanslag vernietigd. Daarna volgt nogmaals een definitieve aanslag met een foute tenaamstelling, die de inspecteur zelf vernietigt vóór de dagtekening. 

Het hof acht het aannemelijk dat deze herhaalde fouten het gevolg zijn van een systeemfout. Uiteindelijk legt de inspecteur handmatig een correcte (pen)aanslag op aan de zoon. Het hof oordeelt dat de inspecteur, ondanks de eerdere fouten, niet ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld en zijn heffingsbevoegdheid niet heeft uitgeput.

Dwaling

De man stelt verder dat de moeder en de zoon ten tijde van de schenking hebben gedwaald over de fiscale gevolgen. Zij zouden zich niet hebben gerealiseerd dat de onderbedelingsvordering van de zoon op de moeder verrekend kon worden met de schenking. Dit zou de belastbare schenking en daarmee de verschuldigde schenkbelasting hebben verlaagd. De man maakt hiervoor in augustus 2021, na het overlijden van zowel moeder als zoon, een akte van rectificatie op.

Het hof verwerpt het beroep op dwaling. De partijen bij de schenking zijn niet meer in leven en kunnen niet verklaren over hun intenties. Uit het dossier blijkt niet dat zij tijdens hun leven de schenking niet hebben gewild of wilden ontbinden. De akte van rectificatie is opgemaakt na hun overlijden. Het hof oordeelt dat de veronderstelling dat moeder en zoon zich niet hebben gerealiseerd dat verrekening mogelijk was, onvoldoende is voor een geslaagd beroep op dwaling. Het feit dat er mogelijk een fiscaal voordeligere weg was, is niet genoeg om dwaling aan te nemen.

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:1241 | 12-05-2026

Terug

Adres

Administratiekantoor van Rooijen

Deltahof 16
2181 EN HILLEGOM
Tel: 0252-528342
E-mail: info@administratiekantoorvanrooijen.nl